Plein16H7ww2

Vul de werkwoorden in


plassen

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

uitlaten

ik uit .
jij uit .
hij/zij uit .
wij uit .
jullie uit .
zij uit .

mogen

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

hoeven

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

willen

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

fluisteren

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

schrikken

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie .
zij .

stoppen

ik .
jij .
hij/zij .
wij .
jullie
zij .

voorlezen

ik voor .
jij voor .
hij/zij voor .
wij voor .
jullie voor .
De Oekraïense leerlingen uit Barneveld voor .