Vul het votooid deelwoord in / Vul het hele werkwoord in


Vul in zin 1 tm. 19 het voltooid deelwoord in

1. denken Ik heb gisteren aan je .
2. doen Wat heb je in het weekend ?
3. drinken Zij hebben samen koffie .
4. eten Je hebt veel .
5. hebben We hebben een leuke vakantie .
6. kijken Hij heeft een uur tv .
7. kopen Ik heb een nieuwe winterjas .
8. krijgen Jullie hebben mooie bloemen .
9. lezen Wij hebben de opdracht .
10. lopen Hoeveel kilometer heb jij ?
11. schrijven Hij heeft een brief .
12. zien Zij hebben nog nooit sneeuw .
13 typen Deze oefening heeft Heaven .

14. zijn Ik ben naar Frankrijk .
15. komen Jij bent naar Nederland .
16. beginnen De les is .
17. worden Wij zijn zien .
18. gaan Zijn jullie met het vliegtuig ?
19. blijven Zij zijn in Nederland .

schrijf het hele werkwoord op van het voltooid deelwoord
Voorbeeld: Dibrin heeft met Hamus lekker gezwommen = zwemmen

1. Ik heb een telefoon gekocht.
2. Gisteren zijn we naar het strand geweest.
3. Ernst heeft een brief geschreven.
4. Oh, ik heb helemaal niet meer aan mijn afspraak met de tandarts gedacht.
5. Wilfred is naar Zaandam gereden.
6. Lenny heeft boodschappen bij de supermarkt gedaan.
7. Ik heb gisteravond pizza gegeten.
8. Heb je Olga gisteren nog gesproken.