bijvoeglijknw2 gemaakt van iets......

invullen



Vul het bijvoeglijk naamwoord in. Het is gemaakt van iets...... Dan komt er dus overal en bij.

1. De tafel is van hout, het is een tafel.
2. De kroon is van goud, het is een kroon.
3. De muren zijn van steen, het zijn muren.
4. De staaf is van ijzer, het is een staaf.
5. De broek is van leer, het is een broek.
6. Het kunstwerk is van blikk, het is een kunstwerk.
7. De handschoenen zijn van wol, het zijn handschoenen.
8. Het raam is van glas, het is een raam.
9. De doos is van karton, het is een doos.
10. De folder is van papier, het is een folder.

11. De (zilver) armband ligt inn het nachtskatje.
12. De (karton) doos wordt weggegooid.
13. De (ijzer) staaf valt op mijn voet.
14. De (goud) ring is te klein.
15. Op de kast staat een (tin) kandelaar.
16. Mijn oma breit een (wol) trui.
17. Jasper draagt een (katoen) trui.
18. De (steen) muur is omgevallen.
19. De (hout) stoel staat onder de tafel.