terug
index.htm
volgende oefening
extra 24
Vul in:
Kies tussen: zodat 2x/voordat, nadat
1. We, moeten opschieten
we niet te laat komen.
2.
de trein vertrok, kon ik nog net afscheid nemen.
3.
de trein met mijn vriend vertrokken was, ging ik een kopje koffie drinken.
4. Ik had me gehaast
ik nog afscheid kon nemen
Kies tussen: toen en dan
1. We gaan eerst zwemmen en
gaan we een biertje drinken.
2. We gingen eerst zwemmen en
gingen we een biertje drinken.
3. We hebben eerst gezwommen en
hebben we een biertje gedronken.
4. Ik kan morgen niet komen, want
moet ik mijn oom van de trein halen.
5. Ik kon gisteren niet komen, want
moest ik mijn oom van de trein halen.
Kies uit: maar, of, dus,daarom, toch, bovendien
1. Zal ik naar jou komen
kom jij naar mij?
2. Ik kom
naar jou!
3. Helaas is mijn fiets kapot
moet ik wel lopen.
4.
ik kom
5. Het regent,
ik neem een paraplu mee.
6.
waait het hard.
nakijken
OK
terug
index.htm
volgende oefening