terug
index.htm
volgende oefening
invullen extra3
invullen
Kies tussen: iemand, niemand, ergens, nergens
1. Heb jij hier al
gezien?
2. Nee ik heb nog
gezien.
3. Hier moet het
zijn.
4.
heeft mij opgebeld. Ik weet niet wie.
5.
heeft mij opgebeld. Ik weet dus van niets.
6. Ik kan mijn bril
vinden; heb jij hem soms
gezien?
7. Ik zie
, is er wel school vandaag?
8. Ja, daar loopt
!
Vul in: ergens, nergens, iets, niets
1. Die baan is precies
voor u!
2. Ken ik u
van?
3. Hij trok zich
iets van aan.
4. Dat is net
voor hem!
5. Schaatsen is
voor mij; ik hou er niet van.
6. Het plaatsje Bronkhorst ligt
in Gelderland.
7. Ik kan het op de kaart
vinden.
8. Hij weet wel
van wiskunde, maar
van ruimtevaart!
Niet of niets?
1. Ik weet het
meer; ik ben het vergeten.
2. Ik weet
meer; ik ben alles vergeten.
3. Ik had
gedacht dat het zo zou gaan.
4. Die film op de tv heb ik uitgezet; ik vind er
aan!
5. Je kunt nog gaan; het is nog
te laat!
6.
is zo vervelend als te laat komen.
nakijken
OK
terug
index.htm
volgende oefening