trappen van vergelijking

Vul het juiste woord in.



1. Een wolf is (goed) in jagen dan een hond.
2. Een kat is (slecht) in zwemmen dan een otter.
3. De papegaai kan (veel) woorden leren dan een duif.
4. Een tijger is (weinig) bang dan een hert.
5. Een beer is (graag) in het bos dan op de steppe.
6. De adelaar vliegt (ver) dan een kip.
7. Een olifant heeft een (dik) huid dan een paard.
8. Een kameleon kan zich (goed) verstoppen dan een hond.
9. De hond is een van de (trouw) huisdieren.
10. Een haas rent (snel) dan een schildpad.
11. Een walvis is (groot) dan een dolfijn.
12. Een giraf heeft een (lang) nek dan een zebra.
13. De uil kan (goed) zien in het donker dan een kip.
14. Een struisvogel is (snel) dan een paard.
15. Een muis is (klein) dan een konijn.
16. De vos is een van de (sluw) dieren van het bos.
17. De leeuw wordt de (machtig) van alle katachtigen genoemd.
18. Een krokodil heeft een (sterk) beet dan een hond.
19. Een hert is (schuw) dan een vos.
20. Een dolfijn is (intelligent) dan een haai.
21. Een pauw is (mooi) dan een ekster.
22. Een gier is een van de (hoog) vliegende vogels.
23. Een vleermuis is (actief) in de nacht dan overdag.
24. De gier heeft een (scherp) zicht dan een duif.
25. Een aap is (behendig) dan een beer.