terug
index.htm
volgende oefening
Trappen van vergelijking 1
Vul het goede woord in
Moeilijke voorbeelden:
veel, meer, meest
weinig, minder, minst
goed, beter, best
graag, liever liefst
gemakkelijke voorbeelden:
mooi, mooier, mooist
lang, langer, langst
1. Een cheeta is
(snel) dan een olifant.
2. De blauwe vinvis is het
(groot) dier ter wereld.
3. Een kolibri is
(klein) dan een mus.
4. Een uil is
(slim) dan een kip.
5. De vos is een van de
(gemeen) dieren van het bos.
6. Een slang is
(lang) dan een kikker.
7. De giraf is het
(hoog) dier van het bos.
8. Een haai is
(gevaarlijk) dan een dolfijn.
9. Een kameleon is een van de
(bijzonder) reptielen.
10. Een nijlpaard is
(zwaar) dan een leeuw,
11. Een mier is
(sterk) dan een vlo.
12. De pauw heeft een
(mooi) veren van alle vogels.
13. Een dolfijn is
(vriendelijk) dan een haai.
14. Een struisvogel is
(intelligent) dan een haai.
15. Een muis is
(klein) dan een konijn.
16. Een vos is een van de
(sluw) van het bos. (sluw = slim)
17. Een leeuw is het
(machtig) van de savanne.
18. Tajaldin is
(ziek) dan Rujina.
19. Rujana is het
(knap) meisje in klas I, want er zit maar 1 meisje in deze klas,
20. Edris ziet
(scherp) dan meester Titus.
21. KLas I is
(actief) dan klas A.
22. Juf Michaela is
(sportief) dan meester Titus.
nakijken
OK
terug
index.htm
volgende oefening