volt15

Vul het voltooid deelwoord in. Veel sterke werkwoorden.


1. (bedenken) Ik heb iets leuk .
2. (bekijken) Wij hebben alles .
3. (besluiten) Hebben jullie iets ?
4. (beginnen) Zijn jullie nog niet ?
5. (bespreken) Wat heb je ?
6. (bewijzen) Dat is nooit .
7 (genieten) Heb je ?
8. (bezoeken) Heb je Bas thuis ?
9. (ervaren) Hoe heb je dat ?
10. (onderzoeken) Heb je dat ?
11. (onthouden) Ik heb dat niet .
12. (overlijden) Mijn vader is .
13. (verbieden) Bas heeft dat .
14. (verkopen) Hij heeft zijn huis .
15. (verstaan) Ik heb dat niet .
16. (vertrekken) Hoe laat bent u ?