volt16

Vul het voltooid deelwoord in. Veel sterke werkwoorden.


1. (gebruiken) Ik heb jouw fiets .
2. (herhalen) Ik heb alles .
3. (herkennen) Heb u hem ?
4. (onderzoeken) Heeft Bas dat ?
5. (onthouden) Ik heb dat zo .
6. (ontmoeten) Hebt u Bas al ?
7. (overlijden) Hij is in 2010 .
8. (veranderen) Hebt u de brief ?
9. (verbieden) Laura heeft dat .
10. (verdienen) Hoeveel heb je ?
11. (verkopen) We hebben alles .
12. (verstaan) Ik heb dat goed .
13. (vertrekken) Ik ben vroeg .