terug
index.htm
volgende oefening
volt18
Vul het voltooid deelwoord in. Veel sterke werkwoorden.
1. (aanvragen) Heb jij je visum
?
2. (aankomen) Bas is
.
3. (opeten) Het kind heeft alles
.
4. (meegaan) Laura is
.
5. (weggaan) Ik ben op tijd
.
6. (uitkijken) Heb jij goed
?
7. (binnenkomen) Laura is
.
8. (thuiskomen) Ik ben laat
.
9. (opschieten) Bas is niet
.
10. (afsluiten) Heb jij het huis
?
11. (aankijken) Heeft u hem
?
12. (aantrekken) Heeft zij een rok
?
13. (opzoeken) Ik heb het
.
14. (doorgaan) Ben je lang
?
15. (doorgroeien) De boom is
.
16. (opstaan) Ik ben vroeg
.
17. (terugkomen) Is Laura
?
18. (meenemen) Heeft u alles
?
19. (kapotslaan) Hij heeft alles
.
nakijken
OK
terug
index.htm
volgende oefening