terug
index
volg oef
voltooid deelwoorden 1 regelmatig
1. (huren) Ik heb een flat
.
2. (vieren) Zij heeft haar verjaardag
.
3. (spelen) Wij hebben een wedstrijd
.
4. (wandelen) Louis heeft een uur
.
5. (pinnen) Eva heeft 50 Euro
.
6. (vullen) De tandarts heeft het gaatje
.
7. (luisteren) Heb je goed naar de docent
.
8. (horen) Ik heb je niet goed
.
9. (sturen) De docent heeft ons een e-mail
.
10. (ruilen) Hanna heeft de rok
.
11. (dansen) Joris heeft donderdag
.
12. (passen) De man heeft twee broeken
.
13. (smaken) De pasta heeft lekker
.
14. (reizen) Aluin is naar Japan
.
nakijken
OK
terug
index
volg oef