voltooid deelwoorden 10 en verleden tijd

Vul het voltooid deelwoord en de verleden tijd in.




1....Ik (hebben) lekkere limonade (drinken) .
2....Ik (drinken) gisteren ook limonade.
3....Wij (drinken) gisteren geen limonade gisteren, maar melk.

3A....Wij (eten) gisteren soep.
4....Ik (eten) gisteren niet mee.
5....Wij (hebben) gisteren soep (eten) .

6....Ik (hangen) gisteren de was op.
7. Hij (hebben) gisteren de was niet (ophangen) .
8....Wij (hangen) vroeger nooit de was op.

9....Ik (hebben) hem vorige keer met Nederlands (helpen) .
10...Hij (hebben) hem gisteren ook (helpen) .
11...Hij (helpen) hem gisteren met de sommen.

12...Ik (hebben) gisteren naar het meisje (kijken) .
13....Hij (kijken) gisteren niet naar mij.
14.... Wij (kijken) gisteren een spannende film.

15...Hij (lezen) gisteren een spannend boek.
16...Wij (lezen) gisteren geen boeken,
17... Ik nog nooit een boek (lezen) in het Nederlands.

18...Jij (hebben) niet goed naar de juf (luisteren) .
19...Gisteren (luisteren) je niet naar mij.
20...Wij (luisteren) vroeger nooit op school.

21...Ik (praten) gisteren weer te veel in de les.
22... Hij (hebben) ook te veel (praten) in de les.
23... Wij (praten) vorig jaar nooi bij juf Caitlin.

24... Hij (schrijven) gisteren een mail naar zijn moeder.
25...Wij (schrijven) vorig jaar nooit mails.
26...(hebben) jij nog nooit een mail (schrijven) ?

27....Hij (typen) gisteren een mail.
28....Wij (typen) met de klas ook een mail.
29... Hij (hebben) nog nooit een mail (typen) .

30... Ik (bellen) hem gisteren thuis.
31....De leerlingen (bellen) allemaal met het grote nieuws naar huis.
32... Wij () hebben ook naar huis (bellen) .

33.... Hagos (rijden) gisteren met de fiets naar school.
34....Hagos en Osama (rijden) ook gisteren met de fiets naar school.
35...Meester Titus is gisteren met de auto naar school (rijden) .