voltooid deelwoorden 2





1. (werken) Ik heb de hele dag .
2. (maken) Heb je de opdrachten ?
3. (halen) Francien heeft medicijnen .
4. (praten) Wij hebben alleen over ons werk .
5. (zeggen) Wat heeft Simon ?
6. (rennen) Leroi heeft vijf kilometer .
7. (pakken) Ik heb een banaan .
8. (drukken) Heb jij al op de knop van de lift ?
9. (leren) Wij hebben al veel nieuwe woorden .
10. (werken) De boer heeft vandaag hard .
11. (trainen) De brandweer heeft goed .
12. (koken) Louis heeft gisteren lekker .
13. (horen) Ik heb het nieuws nog niet .
14 (trouwen) Zij zijn in de lente .
15. (missen) Door de vertraging heeft hij zijn bus .
16 (wandelen) We hebben in de bergen .
17. (fietsen) We hebben honderd kilometer .
18 (wandelen) We zijn naar Domburg .
19. (fietsen) We zijn naar Middelburg .