terug
index
volg oef
voltooid deelwoorden 3 sterke ww
1. (denken) Ik heb gisteren aan je
.
2. (doen) Wat heb jij in het weekend
?
3. (drinken) Zij hebben samen koffie
.
4. (eten) Jij hebt veel
.
5. (hebben) We hebben een leuke vakantie
.
6. (kijken) Hij heeft een uur tv
.
7. (kopen) Ik heb een nieuwe winterjas
.
8. (krijgen) Jullie hebben mooie bloemen
.
9. (lezen) Wij hebben de opdracht
.
10. (lopen) Hoeveel kilometer heb jij
?
11. (schrijven) Hij heeft een brief
.
12. (zien) Zij hebben nog nooit sneeuw
.
13. (zijn) Ik ben naar Frankrijk
.
14. (komen) Jij bent naar Nederland
.
15. (beginnen) De les is
.
16. (worden) Wij zijn ziek
.
17. (gaan) Zijn jullie met het vliegtuig
?
18. (blijven) Zij zijn in Nederland
.
nakijken
OK
terug
index
volg oef