Wie Wat Waar A1

invullen


Vul wie, wat of waar in. Soms zijn er meerdere antwoorden goed.

1. kookt mijn moeder vanavond?
2. is dit geluid?
3. woont de docent daar?
4. Tegen zegt de buurman hallo.
5. ligt mijn telefoon op tafel.
6. Bij zit Karim in de klas?
7. wil jij voor pastagerecht?
8. Met werkt de conciërge op school?
9. ga jij morgen naar school?
10. drink jij de koffie?
11. Waar belt je vader jou?
12. maak jij vandaag voor huiswerk?
13. Met maak jij vandaag je huiswerk?
14. doet de docent vandaag in de klas?
15. komt Fatima te laat?
16. voor pen heb jij in de hand?
17. Van is dat meisje de zus?
18. woon jij nu in Rotterdam?
19. voor hoofdpijn heb je?
20. kijkt de jongen tv?
21. Bij ligt de jas?
22. ga jij morgen naar huis?
23. zegt de leraar?
24. Met is Bilal bevriend?
25. eet jij het brood?
26. Naast zit Mo?
27. Met werkt moeder in de keuken?
28. voor stoel is dit?
29. loopt de man.
30. koop jij voor groente op markt?